Ga naar inhoud Enter

Je bedrijf uitbreiden naar het buitenland: 8 aandachtspunten

Een nieuwe markt. Nieuwe klanten. Misschien zelfs een lokaal team of een eigen vestiging.

Je bedrijf uitbreiden naar het buitenland klinkt vooral als een groeikans. En dat is het natuurlijk ook.

Maar zodra je organisatie daadwerkelijk over de grens gaat, groeit niet alleen je omzetpotentieel. Ook je backoffice wordt complexer.

Plotseling krijg je te maken met vragen als:

  • Hebben we een lokale entiteit nodig?
  • Waar moeten we belasting betalen?
  • Hoe regelen we de salarisadministratie?
  • Aan welke lokale wetgeving moeten we voldoen?
  • Hoe consolideren we cijfers uit meerdere landen?
  • En kunnen onze huidige systemen deze groei eigenlijk aan?

Internationale uitbreiding is daarom niet alleen een salesvraagstuk.

Het is ook een finance-, HR-, tax-, legal- én systeemvraagstuk.

Wil je je bedrijf uitbreiden naar het buitenland? Dan zijn dit acht zaken die je liever vóór de groei goed organiseert dan erna.

1. Bepaal eerst hoe je de nieuwe markt wilt betreden

Internationaal uitbreiden betekent niet automatisch dat je meteen een buitenlandse BV, Ltd of GmbH moet oprichten.

Er zijn verschillende manieren om een nieuwe markt te betreden.

Je kunt bijvoorbeeld:

  • vanuit Nederland exporteren;
  • diensten vanuit je bestaande organisatie leveren;
  • werken met een lokale distributeur of partner;
  • lokaal personeel aannemen;
  • een filiaal of vertegenwoordiging openen;
  • of een aparte dochteronderneming oprichten.

Welke structuur logisch is, hangt af van je markt, klanten, activiteiten, risico’s en groeiplannen.

Begin daarom niet met:

“Hoe richten we zo snel mogelijk een entiteit op?”

Begin met:

“Wat willen we in dit land daadwerkelijk doen?”

Wil je alleen verkopen? Mensen aannemen? Voorraad lokaal opslaan? Produceren? Contracten lokaal afsluiten?

Pas als dat duidelijk is, kun je bepalen welke juridische en operationele structuur daarbij past.

2. Onderzoek lokale wet- en regelgeving vóórdat je start

Een bedrijfsmodel dat in Nederland perfect werkt, kun je niet altijd één-op-één kopiëren naar een ander land.

Lokale regels kunnen invloed hebben op onder meer:

  • bedrijfsregistratie;
  • vergunningen;
  • producteisen;
  • contracten;
  • gegevensbescherming;
  • arbeidsvoorwaarden;
  • consumentenrecht;
  • import en export;
  • rapportage;
  • belastingen.

Zelfs binnen de Europese Unie bestaan naast Europese regels nog nationale verplichtingen.

En ga je buiten de EU ondernemen, dan kunnen de verschillen nog groter worden.

Dat klinkt misschien voor de hand liggend, maar in de praktijk ontstaat een groot deel van de complexiteit juist doordat bedrijven eerst commercieel starten en de backoffice daarna probeert recht te trekken.

De eerste klanten zijn binnen.

De eerste medewerker is aangenomen.

De eerste facturen zijn verstuurd.

En dán komt de vraag:

“Hadden we dit eigenlijk anders moeten organiseren?”

Dat is een dure volgorde.

3. Breng belasting en btw vroeg in kaart

Internationaal zakendoen maakt ook je fiscale situatie complexer.

Afhankelijk van je activiteiten, land en structuur kun je bijvoorbeeld te maken krijgen met:

  • lokale vennootschapsbelasting;
  • btw-registraties;
  • loonheffingen;
  • invoerrechten;
  • belastingverdragen;
  • lokale aangifteverplichtingen;
  • en regels rondom een vaste inrichting.

Dit is bij uitstek een onderwerp waarbij je niet wilt werken vanuit:

“Zo deden we het in Nederland, dus dat zal hier ook wel gelden.”

Laat vóór de daadwerkelijke uitbreiding bepalen welke registraties, aangiftes en structuren nodig zijn.

En kijk daarbij niet alleen naar vandaag.

Een constructie die prima werkt met twee klanten kan ineens onhandig worden wanneer je twintig medewerkers, een magazijn of een tweede juridische entiteit krijgt.

4. Zorg dat finance kan meegroeien naar meerdere landen

De eerste buitenlandse entiteit toevoegen aan finance lijkt soms verrassend eenvoudig.

Je maakt een nieuwe administratie aan.

Misschien een ander grootboekschema.

Een extra bankrekening.

En klaar.

Tot je iedere maand cijfers moet samenvoegen.

Dan ontstaan vragen als:

  • Werken alle landen met dezelfde definities?
  • Wanneer sluit iedere entiteit de maand af?
  • Hoe gaan we om met verschillende valuta?
  • Hoe verwerken we intercompany-transacties?
  • Hoe krijgen we één groepsrapportage?
  • Welke rapportages zijn lokaal verplicht?
  • Wie is verantwoordelijk voor correcties?
  • En welk cijfer is uiteindelijk de waarheid?

Hoe meer landen erbij komen, hoe groter het risico dat iedere lokale organisatie haar eigen processen ontwikkelt.

Dan heb je uiteindelijk niet één internationaal bedrijf.

Je hebt vijf bedrijven die toevallig hetzelfde logo gebruiken.

Daarom is het slim om vroeg te bepalen wat je centraal wilt standaardiseren en wat lokaal moet blijven.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een gezamenlijke chart of accounts;
  • duidelijke closingprocessen;
  • groepsbrede rapportagedefinities;
  • centrale managementrapportage;
  • afspraken over intercompany;
  • rollen en verantwoordelijkheden;
  • en lokale compliance.

De kern is simpel:

Standaardiseer waar het kan. Lokaliseer waar het moet.

5. Regel internationale payroll en werkgeversverplichtingen

Zodra je mensen in een ander land aanneemt, krijg je er een compleet nieuw werkterrein bij.

Salarisadministratie is namelijk veel meer dan iedere maand hetzelfde brutoloon overmaken.

Je kunt afhankelijk van het land te maken krijgen met andere regels rond:

  • loonbelasting;
  • sociale verzekeringen;
  • pensioen;
  • vakantiedagen;
  • ziekte;
  • arbeidscontracten;
  • ontslag;
  • verplichte toeslagen;
  • rapportage aan lokale autoriteiten.

Dat maakt payroll één van de onderdelen die snel onderschat wordt bij internationale groei.

Voor één medewerker lukt een handmatige workaround misschien nog.

Bij vijf landen met vijf verschillende payrollproviders ontstaat al snel een ander probleem:

Hoe krijgt finance iedere maand al die informatie op tijd en correct terug in de groepsadministratie?

Daarom wil je niet alleen lokaal compliant zijn.

Je wilt ook vooraf bedenken hoe internationale payroll aansluit op finance, reporting en je ERP.

6. Denk na over banken, cash en valuta

Meer landen betekent vaak ook meer financiële stromen.

Nieuwe bankrekeningen.

Andere valuta.

Lokale betaalmethoden.

Andere betalingstermijnen.

En mogelijk geld dat tussen verschillende groepsmaatschappijen beweegt.

Zolang een organisatie maar in één land actief is, is cashmanagement meestal relatief overzichtelijk.

Bij internationale groei wil je veel sneller weten:

Hoeveel cash hebben we als groep?

Waar bevindt die cash zich?

Welke entiteit heeft binnenkort geld nodig?

Hoeveel valutarisico lopen we?

Welke betalingen moeten lokaal worden uitgevoerd?

Dat vraagt niet alleen om goede bankprocessen, maar ook om centrale zichtbaarheid.

Finance moet voorkomen dat er in iedere buitenlandse entiteit een eigen financiële werkelijkheid ontstaat waar het hoofdkantoor pas aan het einde van de maand zicht op krijgt.

7. Controleer of je ERP en systemen internationale groei aankunnen

Deze komt vaak te laat.

Een bedrijf opent een tweede land en maakt in het bestaande ERP een extra administratie aan.

Dan komt land drie.

Dan een buitenlandse webshop.

Dan een lokale payrolloplossing.

Dan een nieuw warehouse.

En voordat iemand het merkt bestaat het systeemlandschap uit:

ERP + Excel + lokale boekhouding + payrolltool + losse integratie + nog een ERP + handmatige consolidatie.

Internationale groei is daarom een goed moment om kritisch naar je systemen te kijken.

Kunnen ze:

  • meerdere juridische entiteiten beheren?
  • met verschillende valuta werken?
  • lokale belasting- en rapportagevereisten ondersteunen?
  • intercompany-transacties verwerken?
  • groepsrapportages en consolidatie ondersteunen?
  • lokale systemen koppelen?
  • nieuwe landen toevoegen zonder alles opnieuw op te bouwen?

Als het antwoord steeds vaker “ja, maar alleen met een workaround” is, groeit de technische schuld waarschijnlijk net zo hard mee als het bedrijf.

Voor organisaties die internationaal willen schalen kan een ERP als NetSuite daarom interessant worden.

Maar het belangrijkste is niet dat je per se NetSuite gebruikt.

Het belangrijkste is dat je niet voor ieder nieuw land opnieuw een los systeemlandschap bouwt.

8. Bouw één organisatie, niet een verzameling lokale eilanden

Dit is misschien het lastigste onderdeel van internationale groei.

Je wilt lokale teams voldoende vrijheid geven om goed te functioneren.

Zij kennen hun klanten.

Hun markt.

Hun wetgeving.

Hun manier van werken.

Maar als ieder land zijn eigen processen, systemen en definities ontwikkelt, verlies je als groep al snel overzicht.

De uitdaging is daarom de juiste balans te vinden tussen:

lokale expertise
en
centrale controle.

Bepaal bijvoorbeeld centraal:

  • hoe financiële rapportage werkt;
  • welke KPI’s worden gebruikt;
  • welke systemen leidend zijn;
  • hoe data wordt beheerd;
  • wie verantwoordelijk is voor compliance;
  • welke processen wereldwijd hetzelfde zijn;
  • en waar lokale afwijkingen noodzakelijk zijn.

Zo voorkom je dat internationale groei iedere keer opnieuw begint.

Land drie moet kunnen profiteren van wat je in land twee hebt geleerd.

En land vijf moet makkelijker worden dan land vier.

Dat is schaalbaarheid.

Wat moet je regelen als je je bedrijf naar het buitenland uitbreidt?

Een handige eerste checklist:

1. Markt en toetredingsstrategie
Waarom wil je juist dit land in en hoe ga je er verkopen?

2. Juridische structuur
Werk je vanuit Nederland of heb je lokaal een filiaal, dochteronderneming of andere structuur nodig?

3. Tax en btw
Welke registraties, aangiftes en fiscale verplichtingen ontstaan?

4. Finance en reporting
Hoe organiseer je accounting, closing, consolidatie en groepsrapportage?

5. Payroll en HR
Hoe voldoe je aan lokale arbeids-, loon- en socialezekerheidsregels?

6. Banking en cashmanagement
Hoe behoud je overzicht over bankrekeningen, betalingen, cash en valuta?

7. ERP en data
Kunnen je systemen meerdere landen en juridische entiteiten ondersteunen?

8. Governance
Wat organiseer je centraal en welke expertise moet lokaal aanwezig zijn?

Als je deze vragen pas beantwoordt nadat de nieuwe entiteit live is, wordt internationale uitbreiding vaak een reparatieproject.

Beantwoord je ze vooraf, dan bouw je vanaf het begin een organisatie die makkelijker verder kan groeien.

Wanneer heb je een lokale entiteit nodig?

Niet iedere internationale activiteit vereist automatisch een buitenlandse onderneming.

Soms kun je prima vanuit Nederland verkopen of diensten leveren.

In andere situaties kan een lokale entiteit logisch of noodzakelijk worden, bijvoorbeeld vanwege medewerkers, vergunningen, klanten, productie of lokale activiteiten.

De vraag is dus niet:

“Vanaf hoeveel omzet moet ik een buitenlandse BV openen?”

Maar eerder:

“Welke activiteiten gaan we lokaal uitvoeren en welke juridische, fiscale en operationele gevolgen hebben die?”

Dat maakt het belangrijk om finance, tax en legal vroeg bij de expansieplannen te betrekken — niet pas wanneer sales al heeft getekend.

Internationale groei wordt vooral lastig achter de schermen

De commerciële kant van uitbreiding krijgt vaak de meeste aandacht.

Nieuwe markt.

Nieuwe klanten.

Nieuwe omzet.

Maar succesvolle internationale groei hangt minstens zo sterk af van wat er achter de schermen gebeurt.

Finance moet cijfers kunnen consolideren.

Payroll moet lokaal kloppen.

Tax moet weten waar verplichtingen ontstaan.

Management moet landen kunnen vergelijken.

En systemen moeten nieuwe entiteiten kunnen toevoegen zonder dat iedere uitbreiding meer handmatig werk veroorzaakt.

De Evondos-klantcase laat mooi zien waarom dat belangrijk wordt. Toen de organisatie internationaal groeide, moesten finance en supply chain mee kunnen schalen en ontstond behoefte aan één centraal systeem voor de internationale activiteiten.

Dat is uiteindelijk waar internationale schaalbaarheid om draait.

Niet alleen kunnen uitbreiden naar een nieuw land.

Maar dat kunnen doen zonder dat de organisatie achter je groei steeds complexer wordt.

Je bedrijf uitbreiden naar het buitenland? Begin bij je fundament

Een nieuw land toevoegen zou niet moeten betekenen dat je finance, payroll en systemen iedere keer opnieuw moet uitvinden.

Kijk daarom vóór de uitbreiding naar het fundament.

Welke processen moeten centraal zijn?

Waar heb je lokale expertise nodig?

Kan finance meerdere entiteiten goed ondersteunen?

Kunnen je systemen meegroeien?

En heb je straks nog steeds één betrouwbaar beeld van je organisatie?

Greenstep ondersteunt groeiende internationale organisaties bij precies die combinatie van finance, lokale expertise, processen en technologie.

Lees meer over internationalisering voor bedrijven of ontdek hoe je met NetSuite internationaal kunt groeien.

Internationale groei hoeft je organisatie niet ingewikkelder te maken. Als het fundament klopt, kan iedere volgende markt juist makkelijker worden.

Gerelateerde artikelen

AI en automatisering, Blogs, Duurzaam ondernemen & ESG, NetSuite 10 min. leestijd

Wat is een MRP-systeem? MRP, productieplanning en ERP uitgelegd

Wat is MRP? MRP staat voor Material Requirements Planning, oftewel materiaalbehoefteplanning. Een MRP-systeem berekent welke grondstoffen, onderdelen en halffabricaten nodig zijn om geplande productie uit te voeren. Daarvoor kijkt het onder andere naar: wat je wilt produceren; hoeveel je wilt produceren; welke materialen daarvoor nodig zijn; wat al op voorraad ligt; wat al besteld of […]

AI en automatisering, Blogs, CFO, Data & Analytics, NetSuite, System 8 min. leestijd

ERP-systeem vervangen? 7 signalen dat het tijd is voor een nieuw ERP

1. Steeds meer processen gebeuren buiten je ERP Een van de duidelijkste signalen is dat medewerkers hun dagelijkse werk niet meer volledig in het ERP kunnen uitvoeren. Denk aan: Excel-bestanden voor rapportages of planning; losse tools voor voorraad, projecten of forecasting; handmatige exports en imports; eigen lijstjes om informatie bij te houden; workarounds die alleen […]

AI en automatisering, Blogs, Boekhouding, CFO, HR, Juridisch & Belasting, System, Transacties & Financiën 9 min. leestijd

Werkkapitaal: wat is het en hoe bereken je het?

Werkkapitaal laat zien hoeveel financiële ruimte je bedrijf heeft om de dagelijkse bedrijfsvoering draaiende te houden. Het zegt iets over de balans tussen geld dat op korte termijn beschikbaar komt en verplichtingen die je op korte termijn moet betalen. Maar wat is werkkapitaal precies? Hoe bereken je het? En misschien nog belangrijker: hoe kun je […]